Ethisch Sporten

Silver fish
previous arrow
next arrow
Shadow

Ethisch sporten omvat meerdere thema’s.  De eerste 3 thema’s zijn:

We gaan een beetje dieper op deze thema’s in

  • Fair play

Dit betekent zowel spelen volgens de regels van de sport, als volgens de waarden en normen (ethos) van de sport. Eerlijk spelen betekent dat je het spel juist speelt (volgens de regels), en het goed speelt (volgens de waarden van de sport).

Denk bijvoorbeeld aan voetbal, waar je stopt met spelen als een tegenstander zich heeft geblesseerd.

Juist spelen (formele fair play):
·         Volgens de regels van de sport
Goed spelen (informele fair play)
·         Volgens de waarden en normen van de sport, de ongeschreven regels, de ethos.
·         Doe je best, speel om te winnen
·         Speel tegen tegenstanders van gelijk niveau
Er zijn goede redenen om het belang van fair play niet te onderschatten.

  • Ten eerste maakt fair play de mens achter de sporter beter. Sport leert je waarden als respect, inzet, omgaan met winst en verlies.
  • Ten tweede maakt het de sporter beter.
  • En ten derde maakt het ook de sport beter.
  • Het is de taak van Trainers en Sportouders om fair play te stimuleren.

Matchfixing: het komt voor in 2 vormen, naar gelang het voordeel dat de betrokkenen willen bekomen met het matchfixen.

  • gokgerelateerde matchfixing waarbij het voordeel bestaat uit gokwinsten
  • sportgerelateerde matchfixing waarbij het voordeel bestaat uit sportieve voordelen.

Matchfixing wordt vaak als een tactische keuze gezien. Dit maakt het niet makkelijk maar des te belangrijker om preventief te werken op matchfixing!
Zowel sportclubs als sportfederaties kunnen meehelpen om matchfixing te voorkomen.

Sportouders
Kinderen doen graag aan sport omdat ze er plezier aan beleven, vrienden maken, hun energie kwijt kunnen en al sportend nieuwe vaardigheden leren.
Ouders hebben een grote impact op hun sportende kinderen. Zij schrijven hen in bij de club, brengen hen naar training en kopen de sportuitrusting. Maar daar stopt het niet.
Ouders motiveren hun kind, bespreken thuis wat het meemaakte op het sportveld, en moedigen het aan tijdens wedstrijden. De manier waarop ze al deze dingen doen heeft een directe invloed op de motivatie en het plezier van hun sportende kinderen.

  • Grensoverschrijdend gedrag:

Ieder persoon en dus ook elke sporter heeft zijn grenzen.  Deze zijn niet altijd zichtbaar.

Wanneer je iemands grenzen overschrijdt, schaad je zijn of haar integriteit. Iemand kan zowel op fysiek, psychisch als seksueel vlak grenzen overschrijden. Pesten is eveneens een vorm van grensoverschrijdend gedrag.

Om een veilig sportklimaat uit te bouwen, is het dan ook van belang om grensoverschrijdend gedrag in de eerste plaats te voorkomen.   Hierin erkennen we 4 subthema’s:

  1. Fysiek grensoverschrijdend gedrag gaat over elk incident waarbij een persoon fysiek wordt bedreigd of aangevallen. Voorbeelden zijn slaan, schoppen, bijten, het toebrengen van brand- of snijwonden, krabben, schudden, …

Enkele voorbeelden in de sport zijn:

  • een trainer dwingt rensters om door te trainen of te spelen met een blessure of tegen doktersadvies in
  • een teamgenoot/tegenstander duwt of slaat een speler tijdens of na een felbevochten wedstrijd
  • een medetrainer legt een fysieke straf op aan of gooit een voorwerp naar een sporter die de training verstoort
  • een trainer grijpt niet in wanneer een renster zichzelf een te streng voedingsschema oplegt (vorm van verwaarlozing)
  1. Psychisch grensoverschrijdend gedrag gaat over elk incident waarbij een persoon psychisch wordt bedreigd of aangevallen. Voorbeelden zijn schreeuwen, uitschelden, kleineren, vernederen, bedreigen, chanteren, afwijzen, opsluiten, onterechte ernstige beschuldigen, …

Enkele voorbeelden in de sport zijn:

  • een trainer laat een speler de ‘Lul van de week’-t-shirt dragen wanneer die de penalty-cup op training verliest
  • een teamgenote chanteert een gymnaste om zichzelf terug te trekken uit een wedstrijd
  • en ploegleidster maakt steeds opmerkingen over het gewicht van de rensters. Volgens haar zijn de rensters te dik en moeten ze dringend afvallen om beter te presteren.
  1. Seksueel grensoverschrijdend gedrag is elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, waarbij niet wordt voldaan aan één of meerdere van zes criteria (wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, passend bij de context, passend bij de ontwikkeling of het functioneren en geen negatieve impact voor betrokkenen)

Risico factoren binnen de sport:

De macht van een coach of autoriteitsfiguur over zijn sporter kan groot zijn. Dat machtsverschil kan leiden tot een onevenwichtige relatie, wat dan weer een risico op grensoverschrijdend gedrag meebrengt.

Sport is per definitie een lichamelijke aangelegenheid, denk maar aan de instructie gerelateerde aanrakingen.

De prestatiedruk bij sporters zo groot worden dat alles moet wijken. Het ondergaan van seksuele intimidatie kan op die manier een aanvaardbare opoffering lijken voor de sporter in de hoop op sportief succes.

Sport biedt tot slot ook een aantal gelegenheden die seksueel grensoverschrijdend gedrag makkelijker maken voor mensen met minder goede bedoelingen. Denk aan samen douchen, de verplaatsingen naar wedstrijden en trainingen, jonge kinderen die hulp nodig hebben bij het omkleden, overnachtingen tijdens kampen en stages …

  1. Pesten is het uitoefenen van psychisch en/of fysiek geweld door één of meerdere personen tegenover één persoon. Dit gebeurt langdurig en herhaaldelijk. Het gaat altijd om een verstoord machtsevenwicht, waarbij de gepeste relatief machteloos is.

Pesten gaat verder dan ruziemaken (waarbij kinderen voor zichzelf leren opkomen) en plagen (vertrekt uit vriendschap en respect). Pestgedrag uit zich in systematisch negatief gedrag (vijandig, vernederend, intimiderend) met de expliciete bedoeling om te kwetsen. Hierdoor wordt het slachtoffer schade berokkend vanuit een ongelijke machtsrelatie tussen pester en gepeste. Dit gedrag heeft dan ook een sociale functie voor de pester, die zo zijn status binnen de groep wil verhogen.

Pesten valt niet in één categorie onder te brengen, maar kan in verschillende vormen opduiken.

  • Fysieke vormen: knijpen, slaan, schoppen, aan het haar trekken, …
  • Verbale vormen: schelden, beledigen, bedreigen, uitlachen, …
  • Materiële vormen: iemand zijn/haar sportzak verstoppen, sportschoenen onder water steken, truitje scheuren, …
  • Sociale vormen: negeren, buitensluiten, expres het licht van de kleedkamer uitdoen, …
  • Cyberpesten: een lelijke foto of video van iemand online plaatsen, beledigende comments posten, …

De gevolgen van pestgedrag zijn vaak traumatisch.

Dit pestgedrag tackelen, vereist een dan ook een structurele aanpak binnen de hele club. Dit betekent dat zowel de coaches, de teamgenootjes, de vrijwilligers, de officials, de jongeren als de ouders hierbij betrokken moeten worden.

  • Gender en seksuele diversiteit

Gender gaat over de de normen, waarden en verwachtingen die aan het biologische geslacht worden gekoppeld.

Bij ons is een binaire opdeling dominant: mannen enerzijds en vrouwen anderzijds.  We erkennen hierin 3 subthema’s:

  • Gendergelijkheid in de sport gaat over stereotiepe beeldvorming van vrouwelijke atleten en hun prestaties, seksisme, de participatie van meisjes in sportactiviteiten, de participatie van jongens en mannen in zogenaamde “vrouwensporten”, de vertegenwoordiging van vrouwen in leiderschapsposities, coaching en arbitrage, en seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld. Maar ook over personeelsmanagement, verloning, prijzengelden, marketing, promotie, communicatie, media en sportjournalistiek.

Er zijn dus gelukkig steeds meer organisaties, bonden, maar ook individuen, teams en sportmerken die beseffen dat er een onevenwicht is en daar op een actieve manier iets aan proberen te doen.

  • Seksuele diversiteit: de term ‘holebi’ staat voor homo’s, lesbiennes en biseksuelen.  Uit ander onderzoek blijkt dat bijna een kwart van de sportende holebi’s hun geaardheid verzwijgt.
  • Gender- en seksediverse personen is een koepelterm voor intersekse personen, transgender personen en non-binaire personen. Genderdiverse personen verwijst naar een individueel gevoel met betrekking tot iemands identiteit: voel ik me vrouw, man, beide of geen van beide.
  • Gelukkig kunnen met enkele kleine tips heel wat doen om het klimaat voor holebi’s en transgender personen in onze sportclub te verbeteren.

Als bestuurder:

  1. Maak duidelijke regels en afspraken, zodat er geen twijfel is: holebifobie, transfobie, seksisme of andere vormen van discriminatie kunnen niet bij ons.
  2. Communiceer duidelijk over het beleid en de acties van de club rond holebifobie, transfobie, seksisme, enzovoort. Zorg er voor dat iedereen achter de acties staat door te luisteren naar feedback van spelers, trainer, ouders en supporters, en de acties aan te passen aan hun commentaar.
  3. Zijn er incidenten, grijp snel en kordaat in, zodat iedereen die bij de club betrokken is begrijpt waar de rode lijn is.
  4. Als iemand in de club slachtoffer wordt van pesterijen, ondersteun hem, haar of hun dan.

Als trainer:

  1. Zorg voor een sfeer waar iedereen zich goed voelt, in of uit de kast.
  2. Reageer op elke vorm van ongewenst gedrag, hoe klein ook.
  3. Sanctioneer als de speler ongewenst gedrag blijft vertonen.
  4. Geef het goede voorbeeld. Maak bijvoorbeeld geen flauwe grappen over seksualiteit, en lach niet mee als sporters of derden flauwe grappen maken over homo’s, lesbiennes, biseksuelen of transgender personen.

Als supporters:

  1. Reageer op elke vorm van ongewenst gedrag, hoe klein ook.
  2. Geef zelf het goede voorbeeld.
  3. Meld incidenten bij het clubbestuur.

Wil je graag meer uitleg?  Neem dan eens een kijkje op deze website
www.ethischsporten.be/themas/

SideMenu
SideMenu